Dit zijn de andere website van Boehringer Ingelheim

PPID bij paarden

Vraag het de dierenarts

vraag-het-de-dierenarts

PPID bij paarden en ziekte van Cushing paarden komen eigenlijk op hetzelfde neer. Door een hormonale aandoening wordt de aanmaak van hormonen ontregeld. Het is een aandoening waar veel vragen over zijn. Op deze pagina worden de vragen voorgelegd aan onze dierenarts en vanuit kennis en ervaring beantwoord.

  • Wat is PPID?

    De hormonen in het lichaam van een paard of pony werken nauw met elkaar samen en zorgen voor het normaal functioneren van het lichaam. PPID, oftewel ziekte van Cushing paarden, is een hormonale aandoening waarbij de aanmaak van hormonen is ontregeld. Als de normale hormoonaanmaak is verstoord kan dit zich uiten in allerlei ziekteverschijnselen. Sommige van deze ziekteverschijnselen kunnen in de loop der tijd steeds erger worden. In het verleden werden deze ziekteverschijnselen bij paarden van middelbare leeftijd (15 tot 20 jaar) niet herkend. Men dacht dat de veranderingen bij het paard te maken hadden met ouderdom.

  • Zijn PPID en de ziekte van Cushing paarden hetzelfde?

    Met PPID en de ‘ziekte van Cushing paarden’ wordt in principe hetzelfde bedoeld. PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfuction. Dit is de correcte naam voor ‘de ziekte van Cushing’ bij het paard. Bij mensen en honden komt de ziekte van Cushing ook voor. Ondanks het feit dat sommige ziekteverschijnselen bij de mens en de hond lijken op die van het paard, zit de ziekte net iets anders in elkaar.

     

  • Welke ziekteverschijnselen laten paarden met PPID zien?

    De drie meest voorkomende symptomen van PPID zijn een hoefbevangen paard met veranderingen van de vacht (lang en/of krullend haar) en veranderingen in de lichaamsbouw. Vroege stadia van PPID • Verminderd presteren. • Gedragsveranderingen. • Lusteloosheid. • Vertraagde haaruitval tijdens de rui. • Plaatselijke plukken langere haren. • Verandering in lichaamsbouw. • Plaatselijke vetophopingen, bijvoorbeeld boven de ogen. • Hoefbevangenheid. Gevorderde stadia van PPID • Lusteloosheid, sloomheid en verminderd presteren. • Over het hele lichaam een veranderde vacht. • Verlies van seizoensrui. • Verlies van spiermassa. • 'Hangbuik'. • Abnormaal zweten. • Spontane melkgifte. • Veel drinken en plassen. • Terugkerende infecties (bijvoorbeeld zoolzweren, bijholte-ontsteking). • Hoefbevangenheid. • Plaatselijke vetophopingen, bijvoorbeeld boven de ogen. • Te hoge bloedsuiker. • Niet meer goed drachtig te krijgen en afwezigheid van de cyclus. • Neurologische afwijkingen (ataxie, epilepsie en blindheid).

  • Welke paarden hebben een groter risico om PPID te ontwikkelen?

    Paarden en pony’s met EMS (Equine Metabool Syndroom) lopen een groter risico om PPID te ontwikkelen. Het is niet duidelijk of het ene ras de ziekte eerder ontwikkelt dan het andere ras.

  • Vanaf welke leeftijd komt PPID voor?

    PPID is een ziekte die meestal bij oudere paarden voorkomt. De verschijnselen van de ziekte worden het meest gezien bij paarden tussen 15 en 20 jaar. Hoe ouder de paarden, hoe vaker PPID wordt geconstateerd. PPID komt zelden voor bij paarden jonger dan 10 jaar, hoewel de aandoening wel is beschreven bij een paard van 7-jarige leeftijd.

  • Hoe weet ik dat mijn paard PPID heeft?

    Als u de ziekteverschijnselen herkent bij uw paard, bel dan altijd de dierenarts voor een volledig onderzoek. Op basis van klinisch onderzoek en/of ACTH-test (bloedonderzoek) kan uw dierenarts de diagnose stellen. De dierenarts zal in veel gevallen bloed afnemen en een hormoonbepaling laten uitvoeren. Ook kan het nodig zijn om andere onderdelen van het bloed te onderzoeken. Zo krijgt uw dierenarts een goed beeld van de algehele gezondheidstoestand van het paard.

  • Welke testen kan de dierenarts uitvoeren om PPID te bevestigen?

    Het meest gebruikelijke laboratoriumonderzoek is de ACTH-test. Deze test hoeft niet altijd doorslaggevend te zijn. In dit geval kan de dierenarts ervoor kiezen om de test na enkele maanden nog eens te herhalen.

  • Wat zijn de verschillen en de overeenkomsten tussen PPID en het Equine Metabole Syndroom (EMS)?

    Paarden met PPID vertonen sommige klinische symptomen die ook worden gezien bij Equine Metabool Syndroom (EMS). Paarden met EMS zijn over het algemeen jonger dan 15 jaar.

     

  • Kan een paard van PPID genezen?

    PPID, ofwel ziekte van Cushing paarden, is een chronische progressieve aandoening die levenslang blijft bestaan. Daarom is een dagelijkse behandeling met een geschikt medicijn noodzakelijk om de levenskwaliteit te verbeteren. Op deze manier kunnen de symptomen afnemen en gerelateerde ziekten of andere levensbedreigende complicaties van PPID worden voorkomen. Een paard met PPID genezen is dus niet mogelijk maar het kan wel een normaal leven leiden.

  • Wat kan nog meer gedaan worden om een paard met PPID te ondersteunen naast een behandeling met medicijnen?

    Een aanvullende behandeling moet zich richten op de algemene gezondheid van een ouder paard. Dit is vooral belangrijk gedurende de eerste maanden van de behandeling. Ook kunt u maatregelen treffen op het gebied van voeding en verzorging, zoals tijdige gebitsverzorging, scheren van de vacht, ontwormen, vaccineren, regelmatig bekappen van de hoeven en regelmatige controle door de dierenarts.

     

  • Zijn er specifieke voedingsadviezen voor paarden met PPID?

    Voedingsmanagement is belangrijk bij paarden met PPID. Dit om het gewicht op een goed niveau te houden en insulineresistentie paard te voorkomen. De insulineresistentie paard kan worden verergerd door sappig gras; dit is een bron van bepaalde koolhydraten. De weidegang bij PPID-paarden met ernstige insulineresistentie of recidiverende, oncontroleerbare hoefbevangen paarden moet volledig worden ontzegd. Zij mogen de weide pas weer in als de insulineresistentie paard is afgenomen. Paarden met een milde insulineresistentie kunnen beperkt worden geweid en moeten een laag koolhydraathoudend dieet worden aangeboden. Vitamine E kan mogelijk een voordelig effect hebben, omdat PPID naar verwachting ontstaat door bepaalde reacties in het lichaam die voor schade aan de zenuwen in de hypothalamus zorgen. Vitamine E kan helpen bij het ondersteunen van de zenuwfuncties en de schadelijke processen vertragen.

  • Waarom is het van belang om tijdens de behandeling regelmatig een veterinaire controle uit te voeren?

    Na een behandeling is het van belang om het paard twee tot vier keer per jaar te laten controleren door uw dierenarts. Hij zal kijken of het paard goed reageert op de medicijnen en of de dosis eventueel moet worden aangepast. Ook kan de dierenarts tijdig de diagnose van een hoefbevangen paard stellen.

Heeft u zelf een vraag?

Mist u een belangrijk onderwerp of heeft u een vraag? Vul onderstaand formulier in en onze dierenarts neemt contact met u op.